Bijzonder hoeveel mooie klassiekers uit de Duitse literatuur afgelopen jaar ineens in het Nederlands zijn verschenen – of opnieuw vertaald of voor het eerst uitgegeven. Voor mij was het aanleiding om ook Anna Seghers beroemde roman weer uit de kast te trekken en te herlezen.
Het zevende kruis is het verhaal van zeven politieke gevangenen die uit het concentratiekamp Westhofen vluchten. Zeven dagen lang volgen wij de zevende vluchteling Georg Heiser, die als enige gered wordt. Het zevende van de houten kruizen, die in het concentratiekamp opgebouwd worden ter executie van de vluchtelingen, blijft leeg.
Anna Seghers schrijft haar roman vanuit haar exil in Frankrijk op een moment dat het nationaalsocialistische regime nog aan het groeien is. Het is een hoopvolle roman, misschien ook een appel aan het Duitse volk hun morele waarden te bewaren, ze wakker te schudden dat het ook en vooral in een totalitair regime van groot belang is je menselijkheid te bewaren, in te staan voor je medemens. Georg’s vlucht langs de Rhein en Main tussen Worms en Frankfurt brengt hem langs allerlei totaal verschillende mensen, die ieder voor zich moeten beslissen of ze hem willen helpen (ook gewoon door hem niet aan te geven) of hem verraden. Ook de mensen die Georg uit vroeger tijd kennen moeten beslissingen nemen als ze horen dat hij gezocht wordt omdat hij uit gevangenschap is gevlucht – gaat het hun aan? Wat moeten ze doen als hij aanklopt?
Afgezien van het feit dat Het zevende kruis een van de belangrijkste Duitse exilromans over Nazi-Duitsland is, stilistisch en literair een meesterwerk, heeft het ook aan actualiteit weinig verloren. Heiser’s vlucht is ook zo zenuwslopend en spannend omdat jezelf gedwongen wordt je iedere keer de morele vraag te stellen: wat zou ik doen?







