Over onmogelijke liefde en de beperkte houdbaarheid van volmaakt geluk. Zachtaardig, ingetogen en toch vol kracht is deze novelle ook stilistisch een juweel.
Al de opening van het verhaal is bijzonder: de verteller zit in een herdenkingsbijeenkomst en spreekt in zijn hoofd tegen de overledene. Langzaam worden we in zijn herinneringen meegenomen:
Een warme zomer in een klein vissersdorp aan de Noord-Duitse kust. Christian is verliefd op zijn mooie lerares Engels, Stella Petersen. Stella is jong, energiek, intelligent en ook een beetje mysterieus. Ze is geliefd bij haar leerlingen en eveneens de collega’s aan het gymnasium. In de vakantie komen Christian en Stella voorzichtig nader tot elkaar. Maar Stella weet dat deze liefde onmogelijk is…







