In hoeverre kun je je een voorstelling maken van wat je leest in een boek? Hoe zou het zijn als je denkt een weekend in de bergen door te brengen en je geen zin hebt om wat te gaan drinken in het dorp met de anderen, je alvast naar bed gaat en de volgende dag tot de ontdekking komt dat je alleen bent, dat er een wand is komen te staan die je afsluit van al het andere. Ook kom je er achter dat er geen leven meer is aan de andere kant van de wand, en de oorzaak weet je niet.
Je moet overleven, met een hond, een koe en een kat. Inventariseren wat er is en vooral hoelang je het daarmee uithoudt. Voorbereiding treffen om door de strenge winter te komen, houthakken, en vooral de zorg voor eten. Wat blijft er van je over, wat doet er nog toe als je echt alleen bent. Dat gevoel weet Marlen Haushofer indrukwekkend over te brengen.
Als lezer leef je mee in de wereld van de hoofdpersoon, die iedere dag moet zien te overleven. Het verslag dat de vrouw schrijft is een poging om te ordenen, ze wil het begrijpen en niet gek worden. Als lezer voel je de eenzaamheid en hoor je haar stem. Met recht wordt dit boek een klassieker genoemd.







